| Iepziekte | Cyclus | Iep | Iepziekte symptomen |
IEPZIEKTE SYMPTOMENDe eerste externe symptomen van iepziekte zijn verkleuring en/of het slap hangen van de bladeren aan het uiteinde van een tak. In de volgende fase vergeelt het blad, krult het op en wordt het bruin voordat het dood van de boom afvalt. Het bladmateriaal kan ook snel uitdrogen, een of groene kleur krijgen voordat het afsterft en vervolgens nog enkele weken vast blijven zitten aan de boom (Foto 3 en 4). Een tak met nog een paar verwelkte bladeren aan het uiteinde wordt een “vaantje” genoemd {[230],[311],[332]}.
Interne ziektesymptomen worden gekenmerkt door een bruine verkleuring in en om de houtvaten in het voorjaarshout van de jongste jaarring (Foto 5, 6). Na verwijdering van de bast/schors van geïnfecteerde takken ziet men deze verkleuring als bruine strepen of vlekken in het normaliter zo licht gekleurde hout (Foto 6a). Wanneer het schillen laat in het seizoen plaatsvindt wordt de verkleuring vaak gemaskeerd door een laag zomerhout. Een dwarsdoorsnede van een tak of een stam zal echter donkerbruine vlekken of zelfs een continue doorlopende bruine ring in de jongste jaarring laten zien (Foto 5, 6b-d, {[230],[331]}).
Niet altijd vindt men een stricte correlatie tussen het aantal zichtbare ziekteverschijnselen aan de buitenkant en de mate van schimmelinvasie binnenin de iep {[263]}. In een seizoen met hoge temperaturen en een groot aantal uren zonneschijn kunnen iepzieke bomen slechts hooguit 20 % ontbladering van de kroon te vertonen, terwijl in 80% van de kroon vaatverkleuring kan worden gevonden {[1]}. Hoewel reeds in juni iepziekte extern kan worden waargenomen openbaren de eerste symptomen van O. ulmi s.l. infectie zich doorgaans tussen juli en de herfst. De normale bladverkleuring in het najaar kan deze eerste ziekteverschijnselen aan het oog onttrekken. Behalve O. ulmi s.l. infectie zijn er tevens andere oorzaken van bladverkleuring, verwelking en het afvallen van de bladeren te noemen zoals tekort aan voedingsstoffen, droogte, verplanten van iepen en verwonding door insecten en mijten (D. Elgersma, persoonlijke communicatie, {[230]}). Wanneer er sprake is van één van deze stresscondities zal men de eerste symptomen van iepziekte waarschijnlijk niet opmerken. Verwelkingsziekte in iep kan ook veroorzaakt worden door bacteriën, fytoplasma's en andere schimmels dan O. ulmi s.l. (zie Andere verwelkingsziekten).
Een door iepenspintkevers overgebrachte O. ulmi s.l. infectie begint normaliter bij één of meerdere takken en verspreid zich dan naar andere onderdelen van de iep. De hele boom kan over een periode van verschillende jaren tak na tak afsterven. De verspreiding van ziektesymptomen kan echter ook binnen enkele weken plaatsvinden. De iep zal dan aan het einde van het seizoen dood zijn. Het laatste scenario ziet men vaak bij infectie via wortelcontacten (D. Elgersma, persoonlijke communicatie). Tijdens de eerste iepziekte-epidemie zag men op vrij grote schaal dat iepen die geïnfecteerd waren geraakt in de nazomer zich herstelden en het daaropvolgende jaar geen ziekteverschijnselen meer lieten zien {[332]}. Meestal sterven verwelkte takken echter af gedurende de winterperiode en zal de iepziekte zich het voorjaar daarna verder verspreiden door de boom. Wanneer O. ulmi s.l. dan eenmaal de jongste jaarring heeft bereikt is de iep ten dode opgeschreven. Het afsterven van iepentakken in het vroege voorjaar duidt op een iepziekte-infectie in de herfst van het jaar daarvoor {[230]}. | |||||||||||||||||||||||||
|
|
Taxonomie | 1 / 1 | Expressie van symptomen |
|